Tous sur le pont pour ouvrir en juin 2018

renovationoct16_9_smLa rénovation d’un musée comme celui du Musée de l’Afrique est une tâche colossale à laquelle environ 200 personnes ont travaillé de manière intensive l’année dernière. Rien qu’à la Régie des bâtiments (maître d’ouvrage), une équipe de 25 personnes se penche sur cette rénovation et 23 personnes au sein de l’Association temporaire Stéphane Beel (architecte) collaborent à ce projet.

Jo Van de Vijver © MRAC

Jo Van de Vijver © MRAC

 

En plus des architectes et des ingénieurs, 100 personnes en moyenne travaillent quotidiennement sur le chantier et ceci dans les spécialités les plus diverses : restaurateurs, tailleurs de pierre, vitriers, menuisiers, couvreurs, etc.

Au sein du musée, 47 personnes sont impliquées dans ce processus de rénovation. Un commissaire scientifique et un coordinateur de zone se trouvent à la tête de chacune des dix zones d’expositions. Ils travaillent en étroite collaboration avec les gestionnaires de collections.

Une équipe interne de restaurateurs examine également chaque pièce afin de déterminer quel traitement elle doit éventuellement subir. Certaines pièces sont restaurées en interne, d’autres doivent être envoyées à des restaurateurs externes. Le service de communication – en collaboration avec un bureau externe – travaille actuellement à la réalisation et à l’implémentation d’un nouveau style graphique et d’un nouveau site web. Quant aux collaborateurs du service éducatif, ils sont en train de développer de nouveaux outils éducatifs. Il va de soi que le projet est aussi suivi sur le plan administratif et financier, ce qui est déjà un véritable exploit en soi.
La diversité des aspects de cette rénovation rendait jusqu’à présent très difficile d’estimer une date de réouverture. Mais les façades en verre du nouveau pavillon d’accueil sont à présent en cours de placement et il devient possible de fixer avec une relative certitude la date de réception des travaux du Musée de l’Afrique à mai 2017. Après la réception des travaux, dix à douze mois environ seront encore nécessaires pour l’aménagement du pavillon d’accueil et de l’exposition permanente. Sans circonstances imprévues, le musée pourra rouvrir ses portes au public en juin 2018.

Guido Gryseels, directeur : Aucun musée n’aime être fermé : c’est contre nature. D’autre part, nous devons réaliser que quatre années et demie de fermeture pour un projet aussi gigantesque sont tout à fait normales. Tous devront encore être sur le pont pendant une bonne année et demie, car le travail qui nous attend équivaut à la réalisation simultanée d’environ dix expositions temporaires. Après toutes ces années de préparatifs, nous voulons prendre le temps qu’il faut pour achever l’exposition permanente dans les détails et pouvoir rouvrir en grande pompe.

Aankleding van de Hortahal voor de expo ‘Congo Art Works’

Van 7 oktober 2016 tot 22 januari 2017 loopt de tentoonstelling Congo Art Works. Populaire Schilderkunst. van het KMMA, in samenwerking met BOZAR. De schilderijen, archiefstukken en voorwerpen uit de collectie van historicus Bogumil Jewsiewicki die tentoongesteld worden zijn sterk verbonden met het dag dagelijkse leven van de Congolezen. Langs de ene kant zijn ze zeer kritisch en kaarten ze verschillende problemen aan maar langs de andere kant is er ook veel humor in verwerkt waardoor de onderwerpen wat luchtiger worden.

hortahal-1

De indrukwekkende Hortahal maakt ook deel uit van de tentoonstelling met een installatie van kunstenaar Sammy Baloji. Hij is tevens samen met Bambi Ceuppens curator van de tentoonstelling.

img_5523Voor de beschildering van zowel het fronton als de zuilen heeft hij zich laten inspireren door inheemse motieven die voorkomen op het gerechtsgebouw van het Congolese Niangara, dat in 1903 op vraag van de Belgische koloniale autoriteiten door lokale schilders werd beschilderd. Het bureau Überkrackig zorgde voor de traditionele motieven en patronen en met de hulp van vier studenten van de Académie Royale des Beau (ESA), Dabie Hur, Guillaume Cazemet, Rachel Magnan, Stéphane Stadler en één student van La Cambre (ENSAV) Edouard Pagant krijgt het gerechtsgebouw als het ware een tweede leven in de Hortahal. Zeker de moeite waard om een kijkje te gaan nemen.

 

img_5514

Ook een aangrenzende muur wordt onderhanden genomen. Djo Bolankoko en twee andere studenten van de Straatburgse Haute École des Arts du Rhin (HEAR) zorgen ervoor dat de muur wordt omgetoverd tot een collage van verschillende uithangborden van winkeltjes en populaire schilders in Kinshasa. Het straatbeeld en het Congolese dagdagelijkse komt hierdoor echt tot leven.

Originele sjabloonschilderingen in ere hersteld

 museumwerf-878_sm  museumwerf-890_sm

Een heel team van restaurateurs legt de laatste hand aan het heraanbrengen van de sjabloontekeningen in verschillende zalen van het museumgebouw.
Het gaat om sjabloontekeningen die bij de opening van het museum in 1910 aanwezig waren op de muren van een aantal zalen. Ze stellen guirlandemotieven en friezen voor en zijn van de hand van de Franse schilder H. d’Espouy, die ze aanbracht in olieverf. Vanaf 1957 werden ze overschilderd met verschillende lagen olieverf en verdwenen ze volledig.

Het bedrijf Profile kreeg de opdracht om het geheel in ere te herstellen. Daar gingen vele weken van voorbereiding aan vooraf. Om te beginnen moest het motief blootgelegd worden. Daarvoor werd minutieus en millimeter per millimeter met wattenstaafjes de bovenste verflaag verwijderd. Delicaat werk gezien er voor het overschilderen eveneens olieverf werd gebruikt.

museumwerf-811

De volledige fries vrijleggen en restaureren zou te duur geweest zijn. Daarom werd de originele schildering slechts lokaal blootgelegd. De originele tekening werd eerst volledig gedigitaliseerd om daarna aan de hand van zeefdruktechnieken de tekening met olieverf op folie te drukken. museumwerf-860_sm

 

Deze folie werd op de muur gelegd en opgewarmd. Hierdoor hechtte de olieverf op de wand. Laag per laag en kleur per kleur, werd de originele tekening heropgebouwd. Achteraf werden manueel retouches en kleuraccenten aangebracht om het geheel levendiger te maken.

 

Hector d’Espouy is eveneens de schilder van de plafonddecoratie in de Krokodillenzaal en van de twee reusachtige landkaarten op schaal 1/335 000 in de voormalige Geologiezaal. Op de ene landkaart werden de reisroutes van beroemde ontdekkingsreizigers uitgetekend en de andere kaart gaf de politieke situatie in 1910 weer. Ook deze schilderingen werden gereinigd en waar nodig gerestaureerd en kregen zo hun glans van weleer terug.

2016_6_1022_sm

 

 

 

 

2016_6_1028_sm

 

Contrôler le climat du musée

Jo Van de Vijver © MRAC

Jo Van de Vijver © MRAC

Lorsque le musée rouvrira fin 2017 il aura considérablement changé d’aspect. Mais pour certains aspects de la rénovation qui concernent l’amélioration du climat du musée, une infrastructure moderne doit être introduite tout en ne changeant rien à l’aspect du bâtiment classé.
Les toitures du musée par exemple n’étaient  guère isolées. Avec pour conséquence une température et une hygrométrie difficilement contrôlables, mais aussi une facture de chauffage d’un montant colossal. Une meilleure isolation de la toiture s’est donc immédiatement imposée comme une exigence. Si la technique de couverture en zinc est la même que celle utilisée à l’origine, des techniques modernes d’isolation ont été introduites : pare-vapeur bitumineux et plaques d’isolation. Il fallait aussi réparer les 800 m courant de gouttières, les balustrades, les lucarnes et les corniches. Avec une exigence de taille : que les toitures, une fois isolées et refaites, soient identiques à celles d’origine.
Pour la climatisation, aucun tuyau ou canal ne pouvait être placé dans le musée, les capteurs de température devaient être limités. Le système actuel ressemble au système d’origine, sauf qu’il ne s’agit plus de ventilation naturelle. L’alimentation en air pénètre par les grilles de ventilation d’origine en bronze qui sont implantées dans le sol en marbre du musée. Celles-ci sont connectées à un nouveau réseau de ventilation. Chaque espace, qu’il s’agisse de salles d’exposition, de bureaux ou de locaux de recherche, est chauffé, refroidi et humidifié.
Moderniser donc mais en respectant le monument classé et en intégrant en toute discrétion les techniques indispensables à un musée d’aujourd’hui.

Maak kennis met Africatube

Africatube is een project van het Africamuseum in Tervuren dat met de heropening van het museum het licht zal zien.  Dit  interactieve platform dat zich nu nog in een testfase bevindt, nodigt jongeren uit om actief deel te nemen aan een digitaal platform dat een inzicht biedt op de nieuwste ontwikkelingen binnen Afrika.

Naomi en NdanduWij, Ndandu en Naomi, zijn twee jobstudenten met Afrikaanse en Belgische roots en helpen om het project op te starten. We zoeken daarom materiaal dat het levendige, creatieve en inventieve karakter van het Afrikaanse continent met al haar potentieel in de verf zet. We verzamelen voornamelijk audiovisueel materiaal, maar maken ook gebruik van sociale media (twitter accounts, links naar blogs…). Dagelijks schuimen we het internet af op zoek naar interessant materiaal over bepaalde thema’s. De thema’s kunnen gaan van vrouwenrechten tot het gebruik van de smartphone in Afrika, van Afrikaanse modeontwerpers tot de veel voorkomende clichés over Afrika en gebruikt door Afrikanen. Hiermee willen we jongeren prikkelen en hen op een vlotte manier in contact brengen met het museum.

De spiegelvijver en fontein zijn al klaar!

Sinds 18 mei 2016 waterstraalt de fontein in de Spiegelvijver voor het museumgebouw weer volop. De restauratiewerken aan de ellipsvormige vijver van 135m lang met fontein, gelegen in de Franse tuinen rond het museum, zijn alvast voltooid. De fontein spuit in de vorm van een Franse lelie, naar oorspronkelijk historisch model. Nieuw is dat ze werd voorzien van verlichting en dat zorgt ’s nachts voor een feeëriek geheel. De parkbezoeker kan vanaf heden, na ruim 18 jaar, weer genieten van een prachtig beeld.

HP.2002.1.69 Collectie KMMA Tervuren

HP.2002.1.69 Collectie KMMA Tervuren

De Franse tuinen zijn het meest recente deel van het park van Tervuren. Het oorspronkelijke park met een kasteel, kanaalvijver en de warande werd in het begin van de 19e eeuw uitgebreid met het ‘drevenpark’, aangelegd rond het toenmalige Paviljoen van de Prins van Oranje. Dat paviljoen werd in 1879 verwoest door een brand en op dezelfde plaats bouwde men later het huidige Koloniën Paleis.
De Wereldtentoonstelling van 1897 was de aanleiding voor een verdere uitbreiding en zo startte rond 1896 de aanleg van de Franse tuinen en de vijver met fontein, naar een ontwerp van de Franse tuinarchitect Elie Lainé. Maar dezen werden pas afgewerkt als de Wereldtentoonstelling van 1897 over haar hoogtepunt heen was.
De Spiegelvijver was er dus eerder dan het museumgebouw, dat in 1910 uit de steigers verrees. De voorgevel ervan wordt prachtig weerspiegeld door het watervlak, dat maakt dat we ons de vraag kunnen stellen of de naam ‘Spiegelvijver’ pas na 1910 werd gegeven aan de vijver.

Kom zeker eens wandelen in het Park van Tervuren en de mooi onderhouden Franse tuinen rond het museumgebouw! Voorlopig spuit de fontein alleen ’s avonds en in het weekend.

Jo Van de Vijver © KMMA

Jo Van de Vijver © KMMA

> meer over de restauratie van de fontein

Le relooking a commencé !

©IRSNB

 

Pour être à nouveau la curiosité de nos visiteurs, les spécimens zoologiques qui figureront dans la nouvelle exposition permanente du MRAC suivent un traitement de jouvence ! Pas moins de 174 spécimens doivent passer entre les mains de taxidermistes.

 

 

Devant l’ampleur du travail, la taxidermie a été confiée partiellement à la firme néerlandaise Bouten, et partiellement à l’Institut royal des Sciences naturelles de Belgique (IRSNB). Bouten assurera notamment la restauration de l’éléphant

©IRSNB

et de la girafe, restauration qui se fera au sein même de notre musée. À l’IRSNB, Christophe De Mey et Virginie Grignet assurent la restauration d’une bonne partie de nos oiseaux et de nos trophées.

Au total, ce sont 63 oiseaux, 14 reptiles, 52 mammifères et 45 trophées de mammifères qui sont restaurés. Pour les oiseaux, la restauration consiste essentiellement en un nettoyage et une remise en volume du plumage avec une recoloration des parties nues.

Pour les mammifères, il s’agit de recoller les déchirures et de rajouter des poils lorsque la fourrure est dégarnie. Enfin, pour les reptiles, il faut réparer les craquelures et rafraîchir leur couleur.

L’opération a débuté en février 2016 et devrait prendre un an.

Restauratie van de originele vitrines door IPARC

vitrines2Al sinds eind 2013 werkt een team van IPARC cvba (International Platform for Art Research and Conservation) aan de restauratie van de oorspronkelijke vitrines van het KMMA. Met de eindmeet in zicht gingen we ons licht opsteken bij Leen Gysen, managing partner en Peter Taeymans, partner wood conservation.

zaalLeen Gysen: ‘IPARC is een multidisciplinair restauratiebedrijf voor roerend erfgoed en kunstobjecten dat op deze werf in onderaanneming werkt voor aannemer Denys NV. Het bedrijf bestaat uit een team van 14 mensen die gespecialiseerd zijn in de conservatie en restauratie van schilderijen, polychromie (beschilderde beelden), stenen objecten, textiel en meubilair.
Ongeveer de helft van onze opdrachten gebeurt in ons atelier in Melsbroek en de andere helft in situ. Dat is ook het geval voor jullie vitrines, die worden in het museumgebouw zelf gerestaureerd. Dat geeft als bijkomende moeilijkheid dat het werfatelier voor de vitrines telkens opschuift in functie van de andere werkzaamheden in de zalen. De werf is volop aan de gang wat gepaard gaat met stof, geluid, trillingen.
Regelmatig verhuizen we dus met een heleboel vitrines naar een andere zaal waar voor een aantal weken geen werfwerkzaamheden gepland zijn. Wij werken alleszins in nauw en wekelijks overleg met de verschillende partijen zoals aannemer, architect, scenograaf en museumklant.’

peter-iparcPeter Taeymans is hoofd van het driekoppig team houtrestauratoren dat zich over de vitrines van het KMMA ontfermt maar daarnaast ook restauratie-opdrachten op andere werven uitvoert.

Peter Taeymans: ‘In het museum gaat het om zo’n 167 vitrines waarvan nu ongeveer drie kwart klaar is.
Het is moeilijk te zeggen hoelang we gemiddeld aan een vitrine werken. Het gaat om een twaalftal verschillende types vitrines en elke restauratie is anders.

De vitrines uit de jaren 1970 zijn allemaal stevig verbouwd en moeten allemaal naar de originele staat worden teruggebracht.  Alle niet-originele onderdelen worden verwijderd. De ene vitrine is ook al in betere staat dan de andere maar bij de meeste vitrines worden zowel het hout, het glas als het metaal onder handen genomen. Glas wordt opgepoetst of vervangen, metalen onderdelen worden van roest ontdaan en geolied en de vernis op het hout wordt geconserveerd.

schadevitrine1De restauraties worden per zaal uitgevoerd zodat er in serie kan gewerkt worden. Bijvoorbeeld als we het metalen lijstwerk demonteren, gebeurt dat meteen voor een hele hoop vitrines tegelijkertijd. Eenmaal gerestaureerd worden de vitrines opgeleverd zodat ze nog kunnen voorzien worden van sokkelverlichting en klimaatregeling. Alles wordt ook gedocumenteerd.

De moeilijkheid van deze opdracht ligt in de hoeveelheid, de mobiliteit en het stof. Er zijn twee grote werkfases voorzien bij dit project: een eerste voor de algemene restauraties en een tweede voor de afwerking, wanneer er geen aannemingswerken, die stofoverlast veroorzaken,  meer uitgevoerd worden en de vitrines op hun plaats staan.’

Restauratie van schilderijen

Een andere opdracht die het KMMA aan IPARC heeft toegewezen is de restauratie van een tachtigtal populaire schilderijen uit de Democratische Republiek Congo uit de periode 1968 tot 2012.
Het gaat om portretten, landschappen, allegorische schilderijen, stedelijke taferelen, historische figuren en kritische reflecties op religie, politiek en maatschappelijke problemen waarbij humor nooit ver weg is. Deze schilderijen maken het onderwerp uit van de pop-up tentoonstelling Congo Art Works. Populaire schilderkunst die zal doorgaan van 7 oktober 2016 tot 22 januari 2017 in BOZAR te Brussel.

 

A note from the conservation lab

IMG_7696copy

Intern Anouk De Paepe at work in the conservation lab.

Currently, our conservation laboratory is buzzing with activity in anticipation of the big reopening of the RMCA in 2017. For conservators and conservation technicians Siska Genbrugge, Stef Keyaerts, Nathalie Minten, Françoise Therry, Marieke van Es and Françoise Van Hauwaert, the renovation of the museum is the ideal moment to revisit each and every object that will be displayed at the renovated museum.

 

During the past few years, scientists have selected various historic and ethnographic objects to be displayed at the museum; ranging from Africa’s most famous masterpieces such as the Luba mask to more obscure medicine packages and weapons.

Each of those items is brought to our objects conservation lab, where it is measured and weighed and where its condition is verified. Some objects are in exceptional state and only need a little dusting before they can go on display. Most objects on the other hand, have not aged as well and need a little Tender Loving Care.

mayombe figure - before
This small Mayombe figure of a smoking man wearing a hat and a walking stick is one of the patients that needed treatment for display.

The object arrived at the conservation lab with a broken walking stick and a broken pipe. It was cleaned and stabilized; both broken parts were re-adhered with a thermoplastic acrylic adhesive (Paraloid B-72), losses were filled with a cellulose based gap filling material and the fills were toned with gouache paint.
A damaged part of the rim of the figure’s hat had been stabilized in the past with a red varnish as a means

mayombe figure - after

to protect against insect attacks and crumbling of the wood.
This red varnish was carefully removed with a solvent gel and the friable wood is currently consolidated with a cellulose based adhesive and stabilized with a Japanese tissue.

After a final dusting the object is ready to be shown to the public for many years to come…and the next amazing object can be submitted to the skillful hands of our conservation team!

 

 

IMG_7554copy

(Text and pictures by Siska Genbrugge, RMCA conservator)