Category Archives: renovation project

Volunteer work @ the AfricaMuseum

Last Saturday the museum organized its very first info session for future volunteers.
AfricaMuseum is known as one of the world’s most beautiful and impressive museums devoted to Africa, so you can imagine their keen interest in being an active part of it! About 20 enthusiastic future volunteers enjoyed an informative afternoon that included a special visit to the construction site.

The museum is developing volunteer work opportunities so that members of the public can play an active part in the project. A whole range of possibilities will be available.
Even before the museum reopens, some volunteers can already lend a hand during specific activities, such as the return of the museum’s masterpieces or preparations of reopening festivities.
They can also help set up the exhibitions and the welcome pavilion by installing or moving museum pieces and fittings. And just by being ambassadors for the museum, our volunteers will already be making a great contribution to our efforts to develop these opportunities.
AfricaTube is also based on volunteer work. It has already been mentioned in previous blog posts. It is a specific project inviting young volunteers aged 16 to 26 to be part of this interactive and digital platform that selects videos from the internet to show a more contemporary Africa, and show its innovative, creative, and dynamic face.

Stay tuned!

Een familievriendelijk museum

Het AfricaMuseum stapte samen met het Museum voor Schone Kunsten in Gent en het Provinciedomein Raversyde in Oostende in het piloottraject ‘familievriendelijk erfgoed’ van Toerisme Vlaanderen, FARO en Herita. In dit project gaan we na hoe we families nog beter kunnen bereiken en ontvangen.

Het AfricaMuseum is ‘van nature’ een museum dat gezinnen aanspreekt. In die mate zelfs dat het voor ons bijna een normale reflex is om voldoende voorzieningen te treffen. Toch wilden we erg graag mee in dit ‘familievriendelijk traject’ stappen, niet in het minst om nog eens heel de opzet van het museum doorheen deze bril te bekijken.

Zo zijn we op dit moment beslissingen aan het nemen om voldoende afwisseling in de opstelling en het inhoudelijk aanbod te steken, zodat ook de moeilijker doelgroep van gezinnen met +14-jarigen een fijne museumervaring voor heel het gezin hebben.

Andere elementen die we in dit kader (her)bekijken zijn de inhoud en scenografie: is het parcours, de uitleg en de inhoud voldoende familievriendelijk? Zijn de teksten en multimedia dat? Zijn er voldoende voorzieningen voor families met (jonge en oudere) kinderen. Welke speciale programma’s worden ontwikkeld op bv woensdagnamiddag en weekends voor gezinnen met kinderen? Hoe zit het met de balans in gebruik populaire nieuwe technologieën (zoals digitale tafels, virtual reality, lounges, …) en mechanische doe-elementen die meer gericht zijn op de jongste doelgroep?

Doel van het traject is om door middel van intervisie met zowel externe als interne klankbordgroepen al onze plannen tegen het licht van de familievriendelijkheid te houden en bij te sturen waar nodig: onze ideeën aftoetsen, missing links en gebreken blootleggen, kortom: peer review met betrekking tot deze doelgroep zodat we ook in de toekomst een uitgesproken en nog familievriendelijker museum worden.

Tous sur le pont pour ouvrir en juin 2018

renovationoct16_9_smLa rénovation d’un musée comme celui du Musée de l’Afrique est une tâche colossale à laquelle environ 200 personnes ont travaillé de manière intensive l’année dernière. Rien qu’à la Régie des bâtiments (maître d’ouvrage), une équipe de 25 personnes se penche sur cette rénovation et 23 personnes au sein de l’Association temporaire Stéphane Beel (architecte) collaborent à ce projet.

Jo Van de Vijver © MRAC

Jo Van de Vijver © MRAC

 

En plus des architectes et des ingénieurs, 100 personnes en moyenne travaillent quotidiennement sur le chantier et ceci dans les spécialités les plus diverses : restaurateurs, tailleurs de pierre, vitriers, menuisiers, couvreurs, etc.

Au sein du musée, 47 personnes sont impliquées dans ce processus de rénovation. Un commissaire scientifique et un coordinateur de zone se trouvent à la tête de chacune des dix zones d’expositions. Ils travaillent en étroite collaboration avec les gestionnaires de collections.

Une équipe interne de restaurateurs examine également chaque pièce afin de déterminer quel traitement elle doit éventuellement subir. Certaines pièces sont restaurées en interne, d’autres doivent être envoyées à des restaurateurs externes. Le service de communication – en collaboration avec un bureau externe – travaille actuellement à la réalisation et à l’implémentation d’un nouveau style graphique et d’un nouveau site web. Quant aux collaborateurs du service éducatif, ils sont en train de développer de nouveaux outils éducatifs. Il va de soi que le projet est aussi suivi sur le plan administratif et financier, ce qui est déjà un véritable exploit en soi.
La diversité des aspects de cette rénovation rendait jusqu’à présent très difficile d’estimer une date de réouverture. Mais les façades en verre du nouveau pavillon d’accueil sont à présent en cours de placement et il devient possible de fixer avec une relative certitude la date de réception des travaux du Musée de l’Afrique à mai 2017. Après la réception des travaux, dix à douze mois environ seront encore nécessaires pour l’aménagement du pavillon d’accueil et de l’exposition permanente. Sans circonstances imprévues, le musée pourra rouvrir ses portes au public en juin 2018.

Guido Gryseels, directeur : Aucun musée n’aime être fermé : c’est contre nature. D’autre part, nous devons réaliser que quatre années et demie de fermeture pour un projet aussi gigantesque sont tout à fait normales. Tous devront encore être sur le pont pendant une bonne année et demie, car le travail qui nous attend équivaut à la réalisation simultanée d’environ dix expositions temporaires. Après toutes ces années de préparatifs, nous voulons prendre le temps qu’il faut pour achever l’exposition permanente dans les détails et pouvoir rouvrir en grande pompe.

Contrôler le climat du musée

Jo Van de Vijver © MRAC

Jo Van de Vijver © MRAC

Lorsque le musée rouvrira fin 2017 il aura considérablement changé d’aspect. Mais pour certains aspects de la rénovation qui concernent l’amélioration du climat du musée, une infrastructure moderne doit être introduite tout en ne changeant rien à l’aspect du bâtiment classé.
Les toitures du musée par exemple n’étaient  guère isolées. Avec pour conséquence une température et une hygrométrie difficilement contrôlables, mais aussi une facture de chauffage d’un montant colossal. Une meilleure isolation de la toiture s’est donc immédiatement imposée comme une exigence. Si la technique de couverture en zinc est la même que celle utilisée à l’origine, des techniques modernes d’isolation ont été introduites : pare-vapeur bitumineux et plaques d’isolation. Il fallait aussi réparer les 800 m courant de gouttières, les balustrades, les lucarnes et les corniches. Avec une exigence de taille : que les toitures, une fois isolées et refaites, soient identiques à celles d’origine.
Pour la climatisation, aucun tuyau ou canal ne pouvait être placé dans le musée, les capteurs de température devaient être limités. Le système actuel ressemble au système d’origine, sauf qu’il ne s’agit plus de ventilation naturelle. L’alimentation en air pénètre par les grilles de ventilation d’origine en bronze qui sont implantées dans le sol en marbre du musée. Celles-ci sont connectées à un nouveau réseau de ventilation. Chaque espace, qu’il s’agisse de salles d’exposition, de bureaux ou de locaux de recherche, est chauffé, refroidi et humidifié.
Moderniser donc mais en respectant le monument classé et en intégrant en toute discrétion les techniques indispensables à un musée d’aujourd’hui.

De spiegelvijver en fontein zijn al klaar!

Sinds 18 mei 2016 waterstraalt de fontein in de Spiegelvijver voor het museumgebouw weer volop. De restauratiewerken aan de ellipsvormige vijver van 135m lang met fontein, gelegen in de Franse tuinen rond het museum, zijn alvast voltooid. De fontein spuit in de vorm van een Franse lelie, naar oorspronkelijk historisch model. Nieuw is dat ze werd voorzien van verlichting en dat zorgt ’s nachts voor een feeëriek geheel. De parkbezoeker kan vanaf heden, na ruim 18 jaar, weer genieten van een prachtig beeld.

HP.2002.1.69 Collectie KMMA Tervuren

HP.2002.1.69 Collectie KMMA Tervuren

De Franse tuinen zijn het meest recente deel van het park van Tervuren. Het oorspronkelijke park met een kasteel, kanaalvijver en de warande werd in het begin van de 19e eeuw uitgebreid met het ‘drevenpark’, aangelegd rond het toenmalige Paviljoen van de Prins van Oranje. Dat paviljoen werd in 1879 verwoest door een brand en op dezelfde plaats bouwde men later het huidige Koloniën Paleis.
De Wereldtentoonstelling van 1897 was de aanleiding voor een verdere uitbreiding en zo startte rond 1896 de aanleg van de Franse tuinen en de vijver met fontein, naar een ontwerp van de Franse tuinarchitect Elie Lainé. Maar dezen werden pas afgewerkt als de Wereldtentoonstelling van 1897 over haar hoogtepunt heen was.
De Spiegelvijver was er dus eerder dan het museumgebouw, dat in 1910 uit de steigers verrees. De voorgevel ervan wordt prachtig weerspiegeld door het watervlak, dat maakt dat we ons de vraag kunnen stellen of de naam ‘Spiegelvijver’ pas na 1910 werd gegeven aan de vijver.

Kom zeker eens wandelen in het Park van Tervuren en de mooi onderhouden Franse tuinen rond het museumgebouw! Voorlopig spuit de fontein alleen ’s avonds en in het weekend.

Jo Van de Vijver © KMMA

Jo Van de Vijver © KMMA

> meer over de restauratie van de fontein

Le relooking a commencé !

©IRSNB

 

Pour être à nouveau la curiosité de nos visiteurs, les spécimens zoologiques qui figureront dans la nouvelle exposition permanente du MRAC suivent un traitement de jouvence ! Pas moins de 174 spécimens doivent passer entre les mains de taxidermistes.

 

 

Devant l’ampleur du travail, la taxidermie a été confiée partiellement à la firme néerlandaise Bouten, et partiellement à l’Institut royal des Sciences naturelles de Belgique (IRSNB). Bouten assurera notamment la restauration de l’éléphant

©IRSNB

et de la girafe, restauration qui se fera au sein même de notre musée. À l’IRSNB, Christophe De Mey et Virginie Grignet assurent la restauration d’une bonne partie de nos oiseaux et de nos trophées.

Au total, ce sont 63 oiseaux, 14 reptiles, 52 mammifères et 45 trophées de mammifères qui sont restaurés. Pour les oiseaux, la restauration consiste essentiellement en un nettoyage et une remise en volume du plumage avec une recoloration des parties nues.

Pour les mammifères, il s’agit de recoller les déchirures et de rajouter des poils lorsque la fourrure est dégarnie. Enfin, pour les reptiles, il faut réparer les craquelures et rafraîchir leur couleur.

L’opération a débuté en février 2016 et devrait prendre un an.

Restauratie van de originele vitrines door IPARC

vitrines2Al sinds eind 2013 werkt een team van IPARC cvba (International Platform for Art Research and Conservation) aan de restauratie van de oorspronkelijke vitrines van het KMMA. Met de eindmeet in zicht gingen we ons licht opsteken bij Leen Gysen, managing partner en Peter Taeymans, partner wood conservation.

zaalLeen Gysen: ‘IPARC is een multidisciplinair restauratiebedrijf voor roerend erfgoed en kunstobjecten dat op deze werf in onderaanneming werkt voor aannemer Denys NV. Het bedrijf bestaat uit een team van 14 mensen die gespecialiseerd zijn in de conservatie en restauratie van schilderijen, polychromie (beschilderde beelden), stenen objecten, textiel en meubilair.
Ongeveer de helft van onze opdrachten gebeurt in ons atelier in Melsbroek en de andere helft in situ. Dat is ook het geval voor jullie vitrines, die worden in het museumgebouw zelf gerestaureerd. Dat geeft als bijkomende moeilijkheid dat het werfatelier voor de vitrines telkens opschuift in functie van de andere werkzaamheden in de zalen. De werf is volop aan de gang wat gepaard gaat met stof, geluid, trillingen.
Regelmatig verhuizen we dus met een heleboel vitrines naar een andere zaal waar voor een aantal weken geen werfwerkzaamheden gepland zijn. Wij werken alleszins in nauw en wekelijks overleg met de verschillende partijen zoals aannemer, architect, scenograaf en museumklant.’

peter-iparcPeter Taeymans is hoofd van het driekoppig team houtrestauratoren dat zich over de vitrines van het KMMA ontfermt maar daarnaast ook restauratie-opdrachten op andere werven uitvoert.

Peter Taeymans: ‘In het museum gaat het om zo’n 167 vitrines waarvan nu ongeveer drie kwart klaar is.
Het is moeilijk te zeggen hoelang we gemiddeld aan een vitrine werken. Het gaat om een twaalftal verschillende types vitrines en elke restauratie is anders.

De vitrines uit de jaren 1970 zijn allemaal stevig verbouwd en moeten allemaal naar de originele staat worden teruggebracht.  Alle niet-originele onderdelen worden verwijderd. De ene vitrine is ook al in betere staat dan de andere maar bij de meeste vitrines worden zowel het hout, het glas als het metaal onder handen genomen. Glas wordt opgepoetst of vervangen, metalen onderdelen worden van roest ontdaan en geolied en de vernis op het hout wordt geconserveerd.

schadevitrine1De restauraties worden per zaal uitgevoerd zodat er in serie kan gewerkt worden. Bijvoorbeeld als we het metalen lijstwerk demonteren, gebeurt dat meteen voor een hele hoop vitrines tegelijkertijd. Eenmaal gerestaureerd worden de vitrines opgeleverd zodat ze nog kunnen voorzien worden van sokkelverlichting en klimaatregeling. Alles wordt ook gedocumenteerd.

De moeilijkheid van deze opdracht ligt in de hoeveelheid, de mobiliteit en het stof. Er zijn twee grote werkfases voorzien bij dit project: een eerste voor de algemene restauraties en een tweede voor de afwerking, wanneer er geen aannemingswerken, die stofoverlast veroorzaken,  meer uitgevoerd worden en de vitrines op hun plaats staan.’

Restauratie van schilderijen

Een andere opdracht die het KMMA aan IPARC heeft toegewezen is de restauratie van een tachtigtal populaire schilderijen uit de Democratische Republiek Congo uit de periode 1968 tot 2012.
Het gaat om portretten, landschappen, allegorische schilderijen, stedelijke taferelen, historische figuren en kritische reflecties op religie, politiek en maatschappelijke problemen waarbij humor nooit ver weg is. Deze schilderijen maken het onderwerp uit van de pop-up tentoonstelling Congo Art Works. Populaire schilderkunst die zal doorgaan van 7 oktober 2016 tot 22 januari 2017 in BOZAR te Brussel.