Het projectteam voor de nieuwe permanente tentoonstelling

Brainstorming

Als het museum in 2017 opnieuw opengaat, zal het helemaal van uitzicht veranderd zijn.
Een nieuwe permanente tentoonstelling opbouwen doe je echter niet in een-twee-drie. De collecties die het museum bezit zijn zo divers en omvangrijk, de thema’s die aan bod komen en de mensen die erbij betrokken zijn, zo talrijk, dat een feilloze coördinatie een noodzaak is.
Daarom deed het KMMA in 2011 een beroep op projectleider Terenja van Dijk voor het ontwikkelen van de verhaallijn en een visueel scenario voor het nieuwe museum. Onder haar leiding werden 5 interne tentoonstellingscoördinatoren aangesteld, telkens bijgestaan door een documentalist. Samen vormen deze mannen en vrouwen het projectteam voor de permanente tentoonstelling, in de wandelgangen ook ‘het renoteam’ genoemd.

Opdracht van het renoteam

Het renoteam waakt erover dat de nieuwe permanente tentoonstelling volledig kadert in de missie van het museum en refereert naar de eigenheid van het KMMA, dat zowel een referentiecentrum is wat betreft Midden-Afrika als een getuige van het koloniale verleden.

reservesDe belangrijkste taak van het team bestaat uit het ontwikkelen van een visueel draaiboek, het inhoudelijk uitdiepen en toetsen van de verhaallijn. Hiervoor baseert het renoteam zich op exhibition briefs, basisdocumenten die tussen 2002 en 2010 door diverse werkgroepen zijn opgesteld (kerngroep, stuurgroep, wetenschappelijke coördinatoren, wetenschappers, publieksgerichte medewerkers en collectiebeheerders). Het globale scenario werd ontwikkeld door een extern scenarist.
Een ander aspect is het verzamelen en beschrijven van de objecten en museologische middelen voor de 5 thematische zones  die het nieuwe museum zullen uitmaken.
In totaal zal de nieuwe permanente tentoonstelling zo’n 24 zalen en circulatieruimtes of 6600m2 beslaan.
De 5 zones zijn: 

Een inventaris voor de collectiestukken in CollectiveAccess

Een belangrijk werkinstrument voor het beschrijven van de objecten, ideeën en audiovisuele middelen die in het nieuwe museum zullen worden uitgestald is CollectiveAccess.

CollectiveAccessReeds in 2011 werd deze digitale databank op maat ontwikkeld voor het opslaan van alle collectiestukken. Je vindt er afbeeldingen van etnografische objecten, van gesteenten, van opgezette dieren, met daarbij telkens de afmetingen, een beschrijving en de vereisten wat betreft restauratie, socclage, temperatuur, klimaat…Verder zitten er historische foto’s in de gegevensbank maar ook muziek- en filmfragmenten, schema’s, kaarten en beschrijvingen van museologische ideeën.

objects2Min De Meersman, een van de tentoonstellings-coördinatoren :
“Van elke zone en zaal leveren we informatie aan de scenografen over de bedoeling ervan, welke boodschap we willen brengen. Alle zones zijn onderverdeeld in verschillende niveau’s en steeds meer in detail, van modules, tot componenten en subjects. Zo kan scenograaf Niek Kortekaas de objecten ook duidelijk situeren in zijn ontwerp.

Elke coördinator maakt voor zijn/haar zone voorstellen die hij/zij steeds opnieuw bespreekt met de wetenschappers en de andere coördinatoren, maar ook met Afrikaanse of internationale experten in hun vakgebied. Steeds sturen we bij en toetsen we met collectiebeheerders af of de geselecteerde objecten geschikt zijn voor uitstalling: zijn ze te fragiel, doorstaan ze de belichting, komen ze reeds aan bod in een ander stukje van de verhaallijn? En dan moet wel eens een ander collectiestuk geselecteerd worden of de draad van het verhaal worden bijgesteld. Het gelijktijdig werken op verschillende zalen en standpunten moet samen een verhaal maken en dat maakt het soms complex. Past een zaal in het geheel, bij de zaal ervoor en de zaal erachter? Is de inhoud interessant zaal voor jongeren, gezinnen, kunstminnaars, schoolkinderen… ? Wij proberen om elke zaal te bekijken met de ogen van het publiek.”

preview-gallerySandra Eelen,  interieurarchitecte museologie, vult aan : “Opdat de scenografen de collectiestukken in de juiste schaal in hun ontwerp kunnen integreren, is het ook belangrijk dat van elk object tekeningen op schaal gemaakt worden. Zo zijn er al 1550 objecten van etnografie en geschiedenis bestudeerd en gedocumenteerd, voor biologie zijn dat er momenteel 200; voor archeologie 150 en voor geologie 340. We zitten momenteel wellicht aan 75% van het totaal aantal objecten dat in de zalen zal tentoongesteld worden.”

L’embarras du choix

Dat het selecteren van de meest gepaste objecten een grote uitdaging is en een opdracht die niet in je kleren kruipt, mag duidelijk zijn.
‘Er zijn zoveel mooie dingen en voor heel veel thema’s zou je een heel museum kunnen vullen!”, aldus Sandra. “ L’embarras du choix… We zitten nu aan een 12000 objecten of visuals of ideeën maar slechts een selectie wordt daarvan gebruikt”.

objectsEn Min vult aan : “Er is een periode geweest dat ik hele nachten het scherm van Collective Access met een hoop objecten voor me zag, vooral toen we tegen de klok moesten werken om de inventaris klaar te hebben voor de scenografen. Maar momenteel droom ik eerder over de schikking in de zalen en soms gebeurt het dan inderdaad dat je wakker wordt met een aha’-gevoel …En dat, is uiteraard heel fijn!”